<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Antonie Holleman &#8211; KvdN Beweegt</title>
	<atom:link href="https://kvdnbeweegt.nl/author/antonieholleman/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://kvdnbeweegt.nl</link>
	<description>Nieuwsbrief van de Kerk van de Nazarener</description>
	<lastBuildDate>Sat, 01 May 2021 19:16:04 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>

<image>
	<url>https://kvdnbeweegt.nl/wp-content/uploads/2021/04/cropped-kvdn-beweegt-achtergrond-32x32.jpg</url>
	<title>Antonie Holleman &#8211; KvdN Beweegt</title>
	<link>https://kvdnbeweegt.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
<site xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">194801031</site>	<item>
		<title>9. Samen op weg zijn en leren van God</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/05/01/9-samen-op-weg-zijn-en-leren-van-god/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 01 May 2021 19:16:04 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=199</guid>

					<description><![CDATA[Wij zijn een gemeenschap die gaandeweg leert. Wij willen voortdurend leren uit de Bijbel en de traditie van de kerk en bidden dat wij mede door het onderlinge gesprek tot juiste inzichten komen.  ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Johannes begint zijn verhaal over Jezus op grootse wijze. Door Jezus Christus is kennis van de hemelse en bovennatuurlijke wereld in de aardse en natuurlijke dimensie terecht gekomen. Christus is uit een andere dimensie gekomen om ons iets te vertellen en te laten zien dat wij niet hadden kunnen weten. Het gaat om inzicht uit een andere dimensie waartoe wij geen toegang hebben. In de woorden van Johannes: “Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige zoon, die zelf God is&#8230; heeft hem doen kennen” (Johannes 1:18).</p>



<p>Paulus spreekt over “Gods verborgen en geheime wijsheid” die ons in Christus en door de Geest bekend is gemaakt (1 Korintiërs 2:6-13). Deze wijsheid is de boodschap van de gekruisigde Christus die in de aardse ogen een dwaasheid is en aanstootgevend (1 Korintiërs 1:16-25). Net als Johannes gaat Paulus in zijn denken uit van een “kloof” tussen hemel en aarde, God en mens, die alleen maar door het gesproken Woord en het vleesgeworden Woord van God in Christus overbrugd kan worden. Ook al getuigt Paulus ervan dat hij letterlijk en figuurlijk het licht heeft gezien, hij blijft zich bewust van de beperkingen van het menselijke denken: “Nu kijken we nog in een wazige spiegel&#8230; nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen” (1 Korintiërs 13:12). En in Filippenzen 3:12 spreekt hij over de hoop om eens “dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft.”</p>



<p>Dit besef houdt de Christen nederig en geeft zicht op de kerk als een gemeenschap van mensen die op weg is en gaandeweg leert. De nederige houding is de vrucht van het besef dat onze kennis over God, verlossing en de zin van het leven ons geschonken is en dat wij mensen moeite hebben om de diepte, hoogte, breedte en lengte van wat ons gegeven is te bevatten. Als wij menen het te snappen dan ontdekken we vervolgens weer nieuwe dimensies waardoor het toch weer minder grijpbaar voor ons wordt. Ook al is het geheimenis ons geopenbaard, het is en blijft voor ons een mysterie dat te groot is voor ons denken. Leven in verwondering over de grootheid, genade en liefde van God is belangrijker dan het helemaal begrijpen. Vanuit verwondering zingen we onze lofliederen, omdat we tot in ons diepste zelf door God overweldigd zijn en niet omdat we het helemaal snappen.</p>



<p>Het beeld van het op weg zijn en gaandeweg leren moet in balans gehouden worden door de Bijbel als het boek van Gods gezaghebbende openbaring te zien. In de Bijbel lezen we over Gods openbaring in de geschiedenis van Israël, zijn zelf-openbaring in Christus en over wat dat betekent voor ons leven. Voor ons die geen ooggetuigen zijn van de grote daden van God is de Bijbel de enige bron. Zonder het Nieuwe Testament zouden wij niets weten over Jezus Christus, zonder het Oude Testament zouden wij niets weten over Gods handelen in de geschiedenis. Zonder Bijbel hebben wij geen toegang tot Gods openbaring. Zonder Bijbel zouden we niets met zekerheid weten over God en zou iedereen maar wat roepen; een kakofonie van verschillende religieuze ervaringen. De Bijbel geeft ons dus houvast op onze leerweg, een licht op ons pad (Psalm 119:105).</p>



<p>Nu is de Bijbel, de hele Bijbel en niet alleen onze favoriete teksten en boeken, geen gemakkelijk boek. Het is ook heel gevarieerd, van mooie verhalen die we aan de kinderen kunnen vertellen tot klaagzangen, praktische raadgevingen, donderpreken en vergezichten in de toekomst, etc. En toch is na een proces van eeuwen de Christelijke kerk tot de conclusie gekomen dat deze 66 boeken tezamen God en zijn werk in de schepping op gezaghebbende wijze doen kennen. Zo is deze Bijbel aan ons gegeven en daar hebben wij het mee te doen. Om God te leren kennen, om de verborgen en geheime wijsheid van God te leren kennen zullen we ons dus de hele Bijbel eigen moeten maken. De boodschap van God aan ons ligt verborgen in de hele Bijbel. Het grootste gevaar is dat wij ons gaan beperken tot de gedeeltes die wij mooi vinden of die ons bevallen. Maar dan lopen we het gevaar om</p>



<p>onze eigen versie van God en verlossing te bouwen. Dan construeren we een god naar onze gelijkenis, en dat is wat de Bijbel afgoderij noemt.</p>



<p>De opdracht om thuis te raken in de Bijbel hebben we vaak individualistisch ingevuld: Iedereen moet als onderdeel van stille tijd zelf de Bijbel lezen. Maar omdat grote delen van de Bijbel moeilijk te begrijpen zijn zonder extra hulp lukt dit de meeste mensen niet. Daarom moeten we deze opdracht gezamenlijk vervullen. Als gemeente lezen we de Bijbel, denken daar met elkaar over na en spreken er met elkaar over. Dan zijn er mensen die dingen kunnen uitleggen, die verbanden kunnen laten zien, en dan kan vervolgens iedereen iets bijdragen in het gesprek over wat het allemaal betekent voor ons leven. Als de Bijbel zo in de gemeente open gaat en wij met elkaar gaan lezen, dan komt de Bijbel tot leven en ontstaan er mooie gesprekken en dan groeien wij in onze kennis van God. Dan zijn we met elkaar op ontdekkingsreis. Dan komen we tot steeds weer nieuwe inzichten en dan leren wij met elkaar.</p>



<p>Het is beslist niet zo dat God zich alleen maar in de Bijbel laat kennen. God is voortdurend bezig zichzelf in de natuur, in de geschiedenis, in de gebeurtenissen in iemands leven bekend te maken. God zit echt niet “opgesloten” in de Bijbel. Maar om al deze kleinere momenten van Gods openbaring gewaar te worden en te kunnen interpreteren hebben we de hulp van het gezaghebbende Woord van Gods openbaring nodig om te voorkomen dat wij zelf met dingen aan de haal gaan, tot uitspraken komen die meer iets over onszelf zeggen dan over God. Daarom is de kennis van het Woord van God ook nodig om, vrij naar Psalm 36:10, in het licht van de Bijbel het licht te ontdekken dat we op allerlei plekken tegenkomen. Kennis van de Bijbel helpt in het ontwikkelen van ons onderscheidingsvermogen.</p>



<p>De Bijbel is de bron voor ons spreken over God. Een andere gezaghebbende bron is er niet. Wij pretenderen niet dat we de Bijbel volledig begrijpen, maar in de gemeente willen wij samen voortdurend leren uit de Bijbel. Wij bidden dat wij mede door het onderlinge gesprek steeds weer tot nieuwe inzichten komen en ons blijven verwonderen over “de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat” (Efeziërs 3:19).</p>



<p>Antonie Holleman</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">199</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 8: Wij staan met lege handen en zijn afhankelijk van God</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/04/17/8-wij-staan-met-lege-handen-en-zijn-afhankelijk-van-god/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 17 Apr 2021 15:19:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=194</guid>

					<description><![CDATA[In de evangeliën wordt de kerk (ecclesia) maar twee keer genoemd. Beide keren in Matteüs (16:18; 18:17). In de afscheidswoorden aan zijn discipelen geeft Jezus geen opdracht om een kerk te bouwen maar zegt hij: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn discipelen” (Matteüs 28:19); “Jullie zullen mijn getuigen zijn … tot aan&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>In de evangeliën wordt de kerk (<em>ecclesia</em>) maar twee keer genoemd. Beide keren in Matteüs (16:18; 18:17). In de afscheidswoorden aan zijn discipelen geeft Jezus geen opdracht om een kerk te bouwen maar zegt hij: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn discipelen” (Matteüs 28:19); “Jullie zullen mijn getuigen zijn … tot aan de uiteinden van de aarde” (Handelingen 1:8; Lucas 24:48); “Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit” (Johannes 20:21). In Lucas, Handelingen en Johannes is deze opdracht verbonden met de gave van de heilige Geest. De kerk zoals wij die nu kennen is niet het doel maar de vrucht van de missie die door de heilige Geest in beweging wordt gezet. En waar de kerk ontstaat wordt zij opgeroepen zich als middel te zien voor deze missie.&nbsp;</p>



<p>Als de kerk slechts vrucht van de missie en middel ten gunste van die missie is, wat is dan het uiteindelijke doel van de missie? Wie in de evangeliën let op de woorden van Jezus zal zien dat het Jezus te doen is om het koninkrijk van God. In Marcus 1:15 begint Jezus zijn bediening met woorden die als samenvatting van zijn boodschap beschouwd kunnen worden: “De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: Kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.” Het gebed dat Jezus zijn discipelen leert (Matteüs 6:9-13; Lucas 11:2-4) is een gebed om de komst van dat koninkrijk. Het doel is dat Gods heerschappij gevestigd zal zijn in hemel en op aarde en dat de hele schepping Gods karakter van heilige liefde zal reflecteren.</p>



<p>Op verschillende plekken in het Nieuwe Testament wordt de relatie tussen de kerk en het koninkrijk van God beschreven aan de hand van de oudtestamentische beelden van de tempel en de priesters. Net zoals het volk Israël (Exodus 19:6) is ook de kerk uitgekozen om een koninkrijk van priesters te zijn dat in dienst staat van God ter bevordering van zijn missie in de wereld (1 Petrus 2:9). In het Oude Testament waren de priesters middelaars tussen God en het volk; zij waren het instrument om Gods verzoening te bewerken voor het volk door de offers in de tempel en representeerden het volk naar God. De priesters en de Levieten hadden een aparte status onder de stammen van Israël. Met uitzondering van 48 steden (Numeri 35:1-8) was aan de Levieten geen land toebedeeld en daardoor konden zij geen landbouw bedrijven en hadden geen eigen bron van inkomsten (Numeri 18:20). Zij moesten onderhouden worden door de offergaven en de jaarlijkse tienden (Numeri 18:21; Deuteronomium 14:22-29). Zij dienden het volk zonder dat zij in alles er deel van uitmaakten. En omdat zij dienst deden in de tempel en in zekere zin dichter bij God stonden lag de lat voor hen op verschillende gebieden hoger. Zij waren anders dan de andere stammen (Numeri 26:62), maar hun anders zijn was er niet om zich van de rest af te zonderen of om zich boven het volk verheven te voelen, maar om de anderen te dienen. De priesters waren heel belangrijk voor de missie van God, maar telden in de samenleving niet helemaal mee. Zo konden zij dienaren en bemiddelaars zijn.</p>



<p>Wat zegt betekent dit alles als de kerk als een koninkrijk van priesters wordt omschreven? Ten eerste dat de kerk in de wereld <em>een aparte positie</em> inneemt. De kerk is heilig, door God apart gezet om de missie van God te dienen. In zekere zin telt zij niet volledig mee in de samenleving en blijft afhankelijk van de vrijgevigheid van anderen. Ten tweede, deze aparte positie zorgt ervoor dat de kerk <em>geen machtsfactor</em> in de samenleving wordt. Zij telt niet echt mee in het maatschappelijke spel. Zoals de Levieten geen land hadden om mee te pronken, zo heeft de kerk ook weinig “eigendom” in bezit. De kerk staat met lege handen in de wereld omdat God haar bezit en grondgebied is (zie Numeri 18:20). Ten derde betekent dit dat de kerk een <em>bescheiden en dienende rol</em> vervult. De kerk wijst nooit naar zichzelf maar altijd naar God. Zij is er om de grote daden van God te verkondigen (1 Petrus 2:9), niet om de aandacht op zichzelf te vestigen door eigen grootse daden. En als instrument in Gods handen is zij altijd gericht op de mensen die zij aanspoort om het koninkrijk van God binnen te gaan.</p>



<p>Het andere beeld dat in het Nieuwe Testament voor de kerk gebruikt wordt is de tempel (o.a. Efeziërs 2:20-22; 1 Petrus 2:5; 1 Korintiërs 3:16). Ook dit drukt de aparte status en de dienende houding van de kerk uit. De tempel is er voor de mensen en dient als ontmoetingsplaats van God en mensen. Paulus verbindt in 1 Korintiërs 3:16 de rol van de tempel aan de aanwezigheid van de heilige Geest. Anders uitgedrukt, de inwoning van de heilige Geest maakt de gemeente tot een tempel (Paulus heeft het in dit vers tegen de gemeente en spreekt niet over de individuele Christen zoals in 1 Korintiërs 6:19). Zonder de werkzaamheid van de heilige Geest verliest de kerk haar “tempel” functie en wordt dan gelijk aan alle andere menselijke organisaties. Dan gaat de bovennatuurlijke dimensie verloren en wordt alles in de kerk “één dimensionaal”. Zij verliest daarmee haar heilige status en aparte positie.</p>



<p>De kritiek die Paulus had op de gemeente in Korinte was dat zij een te “menselijke” of “wereldse” invulling aan de kerk gaf. Zijn onderwijs in de eerste vier hoofdstukken van zijn eerste brief sluit hij af met deze regel: “U mag uzelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?” (1 Korintiërs 4:6,7). En omdat alles ons geschonken is komt het er voor Paulus op aan dat de gemeente is verbondenheid met Christus leeft. Dat is wat hij iedere gemeente leert (4:17). Met het beeld van de wijnstok en de ranken (Johannes 15:1-8) had Jezus ook al gewezen op de absolute noodzaak van deze afhankelijkheid. Alleen in deze afhankelijkheid kan de vrucht van de liefde bloeien en groeien.</p>



<p>Omwille van haar rol als instrument in Gods missie en om naar de mensen toe betrouwbaar te zijn (zie 1 Korintiërs 4:2) is het noodzakelijk dat de kerk in de wereld “met lege handen” staat, zodat zij ontvankelijk is voor wat de Geest geeft. Het bestaansrecht van de kerk wordt bepaald door deze afhankelijkheid.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">194</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 7: Wij geven de hoop nooit op</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/04/03/deel-7-wij-geven-de-hoop-nooit-op/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 03 Apr 2021 18:25:53 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=95</guid>

					<description><![CDATA[Wij zijn een gemeenschap van hoop. Verandering en verbetering zijn vaak moeizaam en de processen duren lang. We houden vol omdat wij God verwachten. Hij kan onverwachte wendingen bewerken in de kleine en grote dingen van het leven. Verandering en vernieuwing zijn vaak moeizaam en de processen duren lang. Het Oude Testament vertelt over de&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><strong>Wij zijn een gemeenschap van hoop. Verandering en verbetering zijn vaak moeizaam en de processen duren lang. We houden vol omdat wij God verwachten. Hij kan onverwachte wendingen bewerken in de kleine en grote dingen van het leven.</strong></p>



<p>Verandering en vernieuwing zijn vaak moeizaam en de processen duren lang. Het Oude Testament vertelt over de lange weg van Israël. Al vanaf Abraham had God dit volk uitgekozen om een instrument van zegen te zijn, echter het lukte het volk maar niet om die rol te vervullen. Vele eeuwen na het sluiten van het verbond tussen God en het volk moest Israël erkennen dat zij in haar taak gefaald had: De tempel, symbool van Gods aanwezigheid onder zijn volk, was verwoest en het volk verbannen naar een ander land. Toch was dit niet het einde! De profeet Ezechiël ontving tijdens de Babylonische ballingschap het beeld van dorre doodsbeenderen, symbool voor de vervlogen hoop, die tot leven komen (Ezechiël 37), en God sprak tot het volk: “Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven… ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen” (36:26-27). In een visioen zag Ezechiël een nieuwe tempel van waaruit water stroomt dat tot een rivier aanzwelt die leven geeft en het land weer vruchtbaar maakt (47:1-12). Ook toen het volk gefaald had, gaf God het niet op maar bood hoop door ingrijpende vernieuwing aan te kondigen.</p>



<p>Het patroon dat wij in het Oude Testament zien, is dat God het volk de consequenties van haar eigen daden laat voelen, maar steeds nieuwe initiateven onderneemt, zodat het menselijk falen niet het laatste woord heeft. Jesaja gebruikt zelfs het woord herscheppen: God schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en dan zal er alleen maar blijdschap zijn; God herschept Jeruzalem en schenkt haar bevolking vreugde (Jesaja 65:17-18). Zonder ingrijpen van God zal het volk niet slagen om die vernieuwing van zichzelf en van de schepping tot stand te brengen. Ook al is vernieuwing een lang en moeizaam proces, nergens in de geschiedenis met zijn volk zegt God dat het over en uit is. Er is steeds hoop op vernieuwing en herstel. Paulus zegt zelfs dat de afwijzing van het volk door God gebruikt wordt ten gunste van zijn plan om alle volken te bereiken (Romeinen 11:28).</p>



<p>De komst van Jezus Christus en de uitstorting van de heilige Geest kunnen we tegen de achtergrond van het Oude Testament zien als het beslissende ingrijpen van God in het herstel van de schepping, dat afgerond zal worden met de wederkomst van Christus. Door kruis en opstanding zijn de machten en krachten overwonnen die de mensen steeds hebben belemmerd in het doen wat God van hen vraagt. En door de heilige Geest kunnen gelovigen het winnen van deze negatieve en inperkende krachten in hun persoonlijk leven en kunnen zij gezamenlijk destructieve structuren in de samenleving veranderen. De beelden die het Nieuwe Testament gebruikt om de verandering door de komst van Christus te omschrijven zijn veelzeggend: God heeft ons, die dood waren door onze zonden, levend gemaakt (Efeziërs 2:5); Wij waren slaven van de zonde, maar zijn bevrijd en stellen ons nu in dienst van gerechtigheid (Romeinen 6:16-18); De zelfgerichte hartstochten van de eigen wil maken plaats voor de vrucht van de Geest die op anderen is gericht (Galaten 5:16-24).</p>



<p>Wel wordt in het Nieuwe Testament een belangrijk voorbehoud gemaakt. Dit geschenk van de Geest die nieuw leven schept, is een voorschot van een volledige vernieuwing die nog in de toekomst ligt (Romeinen 8:23). In 2 Korintiërs 4:7 wordt dit geschenk vergeleken met een schat in een aarden vat dat de stralende luister van de schat inperkt. Christus is als eerste van de gestorvenen opgewekt uit de dood en wij zullen Hem volgen op de daarvoor bepaalde tijd (1 Korintiërs 15:20-28). Het nieuwe dat ons in Christus aangereikt wordt is nog niet volledig en kent nog beperkingen. Echter, dit voorbehoud is niet meer dan een aanvulling op de hoofdboodschap van vernieuwing. Verwacht dat God vernieuwing brengt &nbsp;en wees je bewust van de beperkende factoren die nu nog aanwezig zijn.</p>



<p>Het voorbehoud helpt ons om geduld te hebben, om tegenslagen op te vangen, om rekening te houden met weerstand en strijd. Na de woorden van de aarden vat legt Paulus uit wat hij hiermee bedoelt: “We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde” (2 Korintiërs 4:8-9). En ondanks de tegenstagen blijft hij vol goede moed, omdat hij weet dat alles wat gaat komen nu nog niet zichtbaar is (2 Korintiërs 5:6-8). En het is deze hoop op dat wat gaat komen die hem tot deze aansporing inspireert: “Wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn” (1 Korintiërs 15:58).</p>



<p>God werkt al eeuwenlang aan vernieuwing. Wij hebben de zekerheid ontvangen dat eens die nieuwe hemel en aarde er zullen zijn waar Jesaja over profeteerde. Johannes omschrijft die vernieuwing als het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt (Openbaring 21:1-4), van waaruit een rivier stroomt met bomen aan weerzijden (22:1-3), net als in het visioen van Ezechiël. Dan zijn alle tranen gewist en zullen er geen rouw, jammerklacht en pijn meer zijn.</p>



<p>Jezus Christus is gekomen om de mensen nu al iets van dat komende heil te laten ervaren, als een voorproefje. De heilige Geest is uitgestort om mensen in hun persoonlijke en gemeenschappelijke leven nu al te vernieuwen ter voorbereiding op dat wat gaat komen. De heilige Geest werkt gestaag in de wereld en in mensen. In dit proces van vernieuwing kan de Geest soms door een bijzonder moment of een plotselinge wending voor een stroomversnelling zorgen. John Wesley zei daarover dat God een heel ontwikkelingsproces tot één moment kan inkorten, waarmee hij de bijzondere aanrakingen van de heilige Geest bedoelde, die omschreven worden als volkomen heiligmaking of doop of vervulling met de heilige Geest.</p>



<p>De kerk van Jezus Christus is geroepen om deze hoopvolle boodschap in alles wat zij doet te reflecteren. Zij heeft de taak mensen op te roepen om God te verwachten. Wie zich opent voor God wordt meegenomen in Gods veelzijdige vernieuwingsbeweging en uitgenodigd open te staan voor onverwachte wendingen die de heilige Geest in de grote en kleine dingen van het leven kan bewerken. God verwachten betekent dat we de hoop op vernieuwing nooit opgeven. &nbsp;</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">95</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 6: Wij doen goed naar alle mensen</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/03/21/deel-6-wij-doen-goed-naar-alle-mensen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 21 Mar 2021 18:24:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=93</guid>

					<description><![CDATA[Wij zijn een gemeenschap die zich inzet voor het goede in de wereld, of het nu in de buurt is of op andere continenten. Wij willen mensen dienen, ongeacht afkomst, kleur, seksuele geaardheid, religie en status. Toen God Abraham uitkoos (Genesis 12:1-3) om met hem op te trekken en hem tot een groot volk te&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><strong>Wij zijn een gemeenschap die zich inzet voor het goede in de wereld, of het nu in de buurt is of op andere continenten. Wij willen mensen dienen, ongeacht afkomst, kleur, seksuele geaardheid, religie en status.</strong></p>



<p>Toen God Abraham uitkoos (Genesis 12:1-3) om met hem op te trekken en hem tot een groot volk te maken had Hij een doel voor ogen. Dat Abraham was uitgekozen was niet zijn eigen verdienste. Het was louter en alleen de keus van God om Abraham tot een bron van zegen voor anderen te maken. God wilde door Abraham alle volken op aarde bereiken. God koos&nbsp;<em>één</em>&nbsp;persoon,&nbsp;<em>één</em>&nbsp;volk om&nbsp;<em>alle</em>&nbsp;andere personen,&nbsp;<em>alle</em>&nbsp;andere volken te bereiken. God had Israël uitgekozen voor een opdracht. Hun roeping was om een koninkrijk van priesters te zijn, een heilig volk (Exodus 19:6). Zoals de priesters de middelaars tussen het volk en God waren, zo was Israël de middelaar tussen God en alle andere volken. Israël was niet het doel maar middel, een geheiligd middel om alle mensen te bereiken en heelheid in de schepping te brengen.</p>



<p>In het Oude Testament kunnen we lezen hoe Israël zich meer heeft gericht op de eigen unieke positie van Gods uitverkoren volk en zich onvoldoende bewust was van haar missie om de andere volken tot zegen te zijn. Veel van de wetten, bedoeld om invloed van buitenaf te voorkomen, werden gebruikt om zich te onderscheiden en af te zonderen van de volken. Het volk ging zichzelf steeds meer als doel zien in plaats van geheiligd middel in de missie van God. De waarschuwingen van de profeten werden niet opgevolgd, en ook Jezus stuitte op verzet in zijn streven om de ogen van het volk te openen voor de missie van God. In de gelijkenis van de landheer en de wijngaard (o.a. Marcus 12:1-12) verwijst Jezus naar deze dubbele tragedie. Het volk brengt geen vrucht voort en alle boodschappers die het volk willen helpen om wel vrucht voort te brengen worden genegeerd. &nbsp;</p>



<p>In zijn eerste brief gebruikt Petrus de oudtestamentische beelden van priesterschap en heilig volk om de gemeente van Jezus Christus te omschrijven: “U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft” (1 Petrus 2:9). Hij wil de gemeentes die in de samenleving onderdrukt, bespot of vervolgd worden een hart onder de riem steken. Hij wil de gemeentes waarschuwen om niet dezelfde fout te maken als Israël door zich te isoleren van de samenleving omdat die er andere normen en waarden op na houdt. De uitverkoren positie die zij hebben is niet om zich af te zonderen, maar om zich te geven aan de missie van God. Net als Abraham zijn zij die <em>ene</em> om <em>alle anderen</em> te bereiken. Het draait in het priesterschap niet om een teruggetrokken en aangenaam leven, maar om God te gehoorzamen tot zegen van anderen. Vreugde en voldoening komen als men zich aan deze missie geeft.</p>



<p>Daarom roept Petrus zijn lezers op om zich niet uit de samenleving terug te trekken, maar betrokken te blijven als uitverkoren vreemdelingen (1:1; 2:11) en goed te blijven doen, zodat de mensen door hun goede daden tot inzicht komen (2:12, 15). Dit betekent dat zij keizer, gezagsdragers en gouverneurs eerbiedigen (2:13-17); slaven volgen het voorbeeld van Christus en blijven goed doen, ook als zij onrechtvaardig behandeld worden (2:18-22); en vrouwen brengen door hun gedrag hun ongelovigen mannen tot andere gedachten (3:1-6). Petrus roept op tot een leven van goed doen aan alle mensen: “Wie het leven lief heeft en gelukkig wil zijn… moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven” (3:10-11).</p>



<p>Jezus heeft in zijn onderwijs het goed doen naar alle mensen eveneens aanbevolen. In zijn woorden over het lief hebben van de vijanden (Matteüs 5:44; Lucas 6:27) komt dit duidelijk naar voren. Jezus vraagt van zijn discipelen om anderen te zegenen, voor hen te bidden, goed te doen ongeacht wie ze zijn en wat ze doen. “Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben?… Is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden aan jullie bewijzen?… Is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten?… Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten” (Lucas 6:31-35). De motivatie achter deze ethiek van goed doen aan alle mensen is eenvoudig: van ons wordt gevraagd om net zo barmhartig te zijn als God, die zelf ook goed is voor wie ondankbaar en kwaadwillig is (Lucas 6:35b-36).</p>



<p>Het is duidelijk dat het gebod van Jezus om onze naaste lief te hebben (o.a. Marcus 12:29-31) zich niet beperkt tot onze geloofsgenoten. Wij horen alle mensen, ongeacht afkomst, kleur, seksuele geaardheid, religie en status lief te hebben. Het lief hebben van alle mensen is doel en niet een middel om iets van hen terug te ontvangen. Ook als iemand ondankbaar en kwaadwillig blijft, maant God ons om die mensen te blijven liefhebben en goed voor hen te doen. Dit is het priesterschap van de kerk in de wereld, om enerzijds Gods liefde door onze goede daden naar alle mensen te brengen en hen te zegenen, en anderzijds om hun noden in onze gebeden bij God te brengen.</p>



<p>In een geseculariseerde wereld is het de opdracht van de kerk om bij alle mensen bekend te staan als een gemeenschap die goed doet. Goed doen naar iedereen en zonder bijbedoelingen, gewoon omdat God zo met mensen omgaat.</p>



<p>Deze opdracht reikt veel verder dan vriendelijk zijn voor onze buren, diaconaal werk in de wijk, of geld geven aan allerlei goede doelen. Het betekent ook dat wij onze levensstijl kritisch evalueren om te zien hoe ons consumentengedrag bijdraagt aan ongelijkheid in de wereld. Betekent het aanschaffen van dat goedkope kledingstuk dat iemand in een ander werelddeel onderbetaald wordt voor de geleverde arbeid? En in het goed doen zullen wij ook het welzijn van Gods schepping moeten meenemen. In hoeverre draagt het bovenmatig eten van vlees bij aan het uit balans brengen van een ecologische evenwicht in de schepping? &nbsp;</p>



<p>De kerk heeft zich in te zetten voor het goede in de wereld, een bijdrage te leveren aan het goede werk dat anderen doen vanuit humanitaire overwegingen. Tevens heeft de kerk tot taak om de eigen mensen te helpen verantwoorde keuzes te maken in hun levensstijl omwille van het welzijn van mens en dier. Zo is de kerk geroepen om in naam van Jezus goed te doen in de wereld.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">93</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 5: Wij voelen ons verbonden met anderen</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/03/07/deel-5-wij-voelen-ons-verbonden-met-anderen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 07 Mar 2021 18:23:08 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=90</guid>

					<description><![CDATA[Wij zijn een gemeenschap die zich verbonden voelt met mensen buiten de eigen gemeenschap. Wij maken deel uit van een groter geheel en leven mee met geloofsgenoten in andere gemeenschappen en andere delen van de wereld. De eerste brief van Paulus aan de gemeente van Thessaloniki getuigt van een warme band tussen Paulus en de&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><strong><strong>Wij zijn een gemeenschap die zich verbonden voelt met mensen buiten de eigen gemeenschap. Wij maken deel uit van een groter geheel en leven mee met geloofsgenoten in andere gemeenschappen en andere delen van de wereld.</strong></strong></p>



<p>De eerste brief van Paulus aan de gemeente van Thessaloniki getuigt van een warme band tussen Paulus en de gemeente. Hij deelt herinneringen over hun kennismaking (1:5-6; 2:1-2, 5-10) en schrijft dat hij zich voor hen verantwoordelijk voelt zoals een vader voor zijn kinderen (2:11). De gemeente heeft het niet makkelijk (1:6; 2:14) en Paulus maakt zich zorgen of zij stand houden tegen de druk (3:3). Vanuit Athene had hij Timoteüs gestuurd om hen te bemoedigen (3:1-5) en nu hij met goede berichten is teruggekeerd schrijft hij deze brief met enorme opluchting en dankbaarheid, en met een verlangen om hen weer te ontmoeten (3:6-7, 10). Er spreekt zoveel warmte uit deze woorden van Paulus.</p>



<p>De woorden van Paulus kenmerken de band die de apostelen hadden met “hun” gemeentes, en ook de relaties tussen de gemeentes. Paulus schrijft over hoe de gemeentes in Macedonië en Achaje praten over wat er in Thessaloniki is gebeurd (1:8-9) en hij prijst de gemeente voor hoe zij in liefde met alle gelovigen in heel Macedonië omgaan (4:10). De gemeentes voelden zich verbonden met hun geloofs- en lotsgenoten (2:14) en voelden zich deel van een beweging van God die door Jezus Christus en de apostelen in beweging was gezet.</p>



<p>Deze verbondenheid tussen de gemeentes kreeg in de collecte voor de armen in de gemeente in Jeruzalem een hele concrete invulling. Door droogte en voedselschaarste was er voor de gemeente in Jeruzalem een kritieke situatie ontstaan. Zij had waarschijnlijk al een flink diaconaal werk onder de hulpbehoeftigen (Handelingen 6:1) en de druk werd door de hongersnood alleen maar groter. In verschillende brieven schrijft Paulus over een collecte voor de armen in de gemeente in Jeruzalem (Romeinen 15:25-32; 1 Korintiërs 16:1-4; 2 Korintiërs 8-9). Ook al noemt Handelingen de collecte niet met name, toch is duidelijk dat het laatste bezoek van Paulus aan Jeruzalem tot doel had om de opbrengst van de collecte daar te overhandigen (Handelingen 20:4; 21:17-20a; 24:17).</p>



<p>De redenen voor deze collecte reiken verder dan alleen maar humanitaire hulp voor een armlastige gemeente. Voor Paulus drukt de collecte de onderlinge afhankelijk uit van gelovigen. Zoals in een gemeente de verschillende leden samenwerken en elkaar met dezelfde zorg omringen, zodat pijn en vreugde door iedereen gevoeld wordt (1 Korintiërs 12:25-26; Romeinen 12:13), zo geldt dat ook voor de gemeentes onderling. Het is Paulus om evenwicht te doen tussen de gemeentes: “Op dit moment lenigt u met uw overvloed de nood van de heiligen in Jeruzalem, zodat zij later met hun overvloed uw nood kunnen lenigen. Zo is er evenwicht” (2 Korintiërs 8:14). Paulus kijkt dus niet alleen naar de individuele gemeente als een lichaam dat onderling samenwerkt, maar ook naar de gemeenschap van gemeentes als een groter wereldwijd lichaam dat eveneens samenwerkt.</p>



<p>In de onderlinge verbondenheid ging het om meer dan geld geven. Toen Paulus van zijn eerste zendingsreis terugkeerde naar Antiochië ontstond er in de gemeente flinke onenigheid over de vraag of alle bekeerde heidenen zich moesten laten besnijden. Er werd besloten om deze kwestie aan de gemeente in Jeruzalem voor te leggen en daar ontbrandde een heftige discussie waarin iedereen gehoord werd (Handelingen 15). Tegenwoordig noemen we dit intercollegiaal overleg. Na heel wat heen en weer gepraat kwamen ze er uiteindelijk uit; er werd gekozen voor een tweesporenbeleid, maar inclusief volledige erkenning en waardering van elkaars positie: Christenen uit de Joden gingen door met de besnijdenis en de Christenen uit de heidenen hoefden dit niet te doen.</p>



<p>In deze bijeenkomst, waarin de meningen van mensen in verschillende bedieningen en vanuit verschillende culturele achtergronden met elkaar schuurden, ontdekte men dat God groter is dan de eigen overtuiging en de eigen gebruiken. Petrus drukte dit besef uit eigen ervaring goed uit: Waar wij onderscheid tussen gelovigen zien, moeten we beseffen dat God geen enkel onderscheid gemaakt heeft, omdat Hij zowel ons als de anderen door het geloof innerlijk gereinigd heeft (Handelingen 15:9). Deze erkenning heeft een relativerende uitwerking op de eigen positie en draagt bij tot bescheidenheid en verwondering over de grootheid van God. Het geeft gelovigen redenen om God te loven en niet de eigen werken.</p>



<p>Deze voorbeelden uit het Nieuwe Testament van de verbondenheid tussen gemeentes en het “intergemeentelijk” overleg betreffende missie en theologie vragen om navolging in onze tijd. We worden opgedragen de verbinding te zoeken met andere gelovigen om te voorkomen dat we God te klein maken en Hem eenzijdig verbinden met wat wij gewend zijn. God is groter dan onze ervaring van Hem en Hij werkt ook in gemeenschappen die anders zijn dan wij. De kerk van Jezus Christus is groter dan de eigen gemeente of het eigen kerkgenootschap. Wij maken deel uit van een groter geheel dat wij niet kunnen overzien, laat staan controleren.</p>



<p>Er zijn verschillende mogelijkheden om de verbondenheid tussen gemeentes in de praktijk te brengen. Als plaatselijke gemeente hebben wij de gemeenschap van heiligen te zoeken in het contact en de samenwerking met de andere kerken in de wijk en stad waar wij dienen. Hoe goed kan het zijn om samen te bidden en de verschillende culturen van bidden in de gemeentes te ontdekken en te ervaren dat we allemaal tot dezelfde God bidden en door dezelfde Jezus Christus gegrepen zijn.</p>



<p>In de Kerk van de Nazarener zijn de plaatselijke gemeentes met elkaar verbonden in een district. Dit betekent dat we samen optrekken, gezamenlijke besluiten nemen, elkaar ondersteunen zodat er binnen de landelijke kerk het evenwicht is waar Paulus over schreef. Maar ook op mondiaal niveau zijn we met elkaar verbonden; we vormen één grote wereldwijde kerkelijke familie. Vaak wordt deze verbondenheid op financiële wijze ingevuld door geld in te zamelen voor het Wereld Evangelisatie Fonds (WEF), maar het gaat ook om een geestelijke en een missionaire verbondenheid. Contact hebben met de kerk in Afrika die enorm groeit of met de kerk in Islamitische landen die vaak minder openlijk kerk kunnen zijn dan wij of met de kerk in een andere Westerse cultuur, zoals Australië, kan ons helpen om dingen in onze situatie anders te gaan zien of kan ons inspireren en bemoedigen.</p>



<p>Contact met en in de wereldwijde kerk verruimt onze horizon waardoor wij meer van Gods grote werk gaan zien zonder het altijd te begrijpen. Wij helpen de andere kerken en zij helpen ons. Zo ontstaat er evenwicht en zo worden wij gestimuleerd om God te prijzen in zijn werk dat ons bevattingsvermogen te boven gaat.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">90</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Blijf in Mij zoals ik in jou blijf</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/02/27/blijf-in-mij-zoals-ik-in-jou-blijf/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 27 Feb 2021 13:16:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Een cultuur van gebed]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=188</guid>

					<description><![CDATA[Ik ben een denker en een doener. Ik kan uren op een stoel zitten met mijn neus in een boek, het liefst met allerlei andere boeken om me heen om dingen uit te zoeken, te doorgronden en te analyseren. Vervolgens wil ik met de kennis en inzichten ook iets doen, bijvoorbeeld het doorgeven aan anderen&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Ik ben een denker en een doener. Ik kan uren op een stoel zitten met mijn neus in een boek, het liefst met allerlei andere boeken om me heen om dingen uit te zoeken, te doorgronden en te analyseren. Vervolgens wil ik met de kennis en inzichten ook iets doen, bijvoorbeeld het doorgeven aan anderen in prediking en onderwijs, omzetten in beleid of projecten opzetten. Als doener kan ik ook goed stil zitten, maar mijn denken staat nooit stil. Het stil worden voor God is dan ook een flinke uitdaging voor mij. De woorden van Psalm 131:2, “Ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder” vind ik moeilijk te realiseren in mijn gebed.</p>



<p>Soms maak ik van deze tekortkoming een deugd. Als ik vroeg wakker ben, te vroeg om op te staan, dan bid ik voor mensen die in mijn gedachten komen. Ik probeer te bidden voor iets specifieks, iets dat die persoon vanuit mijn perspectief nodig heeft. Ik denk aan die persoon en leg dan mijn voorbede bij God neer en ga dan naar de volgende persoon die in me opkomt. Ik begin bijna altijd bij mijn gezin en vervolgens komen allerlei mensen in mijn gedachten, mensen in de gemeente, het district, familieleden, mensen in de internationale kerk. Ik ga in mijn gebed de hele wereld over en mijn gedachten zijn net als in een popcornmachine waarin van alles om beurten omhoog schiet. Maar een dergelijk gebed is nog geen stil worden voor het aangezicht van God.</p>



<p>Ik voel me dan ook meer een man van het Woord dan een man van gebed. Ik kan dagelijks uren de Bijbel lezen, commentaren lezen en de woorden overdenken en in deze bezigheid God ontmoeten. Ik merk dat God door het Woord tot mij spreekt, mijn gedachten corrigeert en verrijkt, mij nieuwe inzichten aanreikt door zijn Woord. De Bijbel is voor mij een “Woord tegenover mij”, een woord dat ik niet altijd direct begrijp, een woord dat zoveel meer betekenis heeft dan ik aanvankelijk dacht, een woord dat van buiten tot mij komt. Met bidden spreekt God een “Woord in mij” en weet ik niet altijd of het een woord van God is of dat het mijn eigen gedachten zijn. En als ik probeer stil te worden om te luisteren naar God, dan hoor ik nog steeds mijn eigen gedachten en bespiegelingen spreken.</p>



<p>Door het thema van de ‘week van gebed’ afgelopen januari werd ik opnieuw geleid naar de woorden van Jezus over de wijnstok in Johannes 15. Opnieuw raakten deze woorden me. Het was door een preek van mijn eigen vrouw dat God tot me sprak. Zij had het over onze identiteit als Christenen. Ik werd er door die preek aan herinnerd dat ik mijn identiteit vaak gelegd heb in het vrucht dragen; ik wil een navolger van Jezus zijn die vrucht draagt. En natuurlijk leef ik vanuit het bewustzijn dat ik daarvoor verbonden moet zijn met de wijnstok; blijven in Hem zoals Hij in mij. Echter, het blijven in</p>



<p>Hem was toch wel een beetje als een middel om het doel te bereiken, namelijk vrucht dragen. De vraag kwam in me op: Zoek ik mijn identiteit in het vrucht dragen of in het zijn in Hem? Wil ik bekend staan door de vrucht die ik draag of door de verbondenheid met God die ik uitstraal in wie ik ben? Natuurlijk gaat het om beide, maar welke van de twee is belangrijker? Ligt mijn identiteit in wat ik door de kracht van de Geest van God doe of in wie ik ben door de innige verbondenheid met Christus de wijnstok?</p>



<p>Ik realiseerde me opnieuw hoe ik gevormd ben door onze Westerse cultuur waarin mensen die veel bereiken helden zijn, of het nu een sporter, een auteur, een ondernemer, een politicus of een musicus is. En helaas is het in de kerk niet veel anders. De grote gemeentes, of voorgangers van grote kerken zijn de “influencers” in Christelijk Nederland, omdat zij in onze ogen iets bereikt hebben. Een dergelijke cultuur zet ons aan tot daden, grote daden voor het Koninkrijk van God, maar helpt niet echt om te bidden of ziet het bidden te veel als middel om tot grote daden te komen, omdat we beseffen dat we het uit onszelf niet kunnen. Ik besef me steeds meer dat het mij zou helpen als er in onze kerken een andere cultuur heerste. Niet een cultuur van dadendrang, hoe goed ook en hoe missionair gerechtvaardigd, maar een cultuur van gebed. Een cultuur die ons aanmoedigt om stil te zijn voor de Heer, zonder ons schuldig te voelen dat wij te passief bezig zijn. Een cultuur die zich meer richt op wie je bent dan op wat je doet.</p>



<p>Een cultuur is een gegeven, wij maken deel uit van de cultuur waarin we geboren zijn of waarin we ons begeven. Anderzijds wordt een cultuur gebouwd door mensen en vinden cultuurveranderingen plaats doordat mensen zich anders gaan gedragen of anders gaan denken. Mijn oproep om te bidden voor een cultuur van gebed in onze gemeentes komt uit bovenstaande overwegingen voort. Het is een oproep aan mensen om een andere cultuur te bouwen. Ik kan dit niet alleen, dit is iets dat wij met elkaar kunnen doen.</p>



<p>Het bouwen van zo’n cultuur begint met snoeien. Snoeien is niet hetzelfde als het wegsnijden van slechte of niet-productieve dingen in ons leven. Jezus zegt: “Iedere rank die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij, opdat hij meer vrucht vruchten draagt”. Er is dus een verschil tussen wegsnijden en snoeien. Snoeien is het stoppen van dingen die op zich goed zijn om ruimte te maken voor God. Ruimte maken in mijn agenda of dingen schrappen van mijn takenlijstje om tijd te maken om stil te worden voor het aangezicht van God. Om te investeren in het leren stil worden en te zijn in de aanwezigheid van God.</p>



<p>Een dergelijke cultuur van gebed heb ik en hebben wij allen nodig om weerstand te bieden aan de dominante cultuur van doen en handelen in onze samenleving. Ik verlang ernaar om mijn identiteit meer en meer te vinden in “met wie ik mijn tijd doorbreng” en minder in “wat ik doe.” Is dit ook jouw verlangen?</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">188</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 4: Wij zijn familie waarin ieder gelijk is</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/02/20/deel-4-wij-zijn-familie-waarin-ieder-gelijk-is/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 20 Feb 2021 18:13:17 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=88</guid>

					<description><![CDATA[Wij zijn een familie waarin iedereen die in Jezus Christus gelooft erbij hoort en aan elkaar gelijk is. Er is geen meer of minder, geen hoger of lager. In deze familie van Christus vallen alle maatschappelijke verschillen weg. Als tiener vond ik het oubollig wanneer mensen elkaar in de kerk als “broeder” of “zuster” aanspraken.&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><strong>Wij zijn een familie waarin iedereen die in Jezus Christus gelooft erbij hoort en aan elkaar gelijk is. Er is geen meer of minder, geen hoger of lager. In deze familie van Christus vallen alle maatschappelijke verschillen weg.</strong></p>



<p>Als tiener vond ik het oubollig wanneer mensen elkaar in de kerk als “broeder” of “zuster” aanspraken. Dat kwam misschien ook wel omdat het voornamelijk de ouderen waren die deze taal gebruikten en zich van nog meer ouderwetse begrippen bedienden. Nu ik zelf bijna tot de zestigplussers gerekend kan worden denk ik er anders over, maar gebruik liever de woorden “broers en zussen” dan “broeders en zusters”. Deze verandering heeft niet alleen met mijn leeftijd te maken, maar ook met veranderingen in de samenleving. Als in de samenleving steeds meer groepen mensen buitengesloten of gestigmatiseerd worden en de polarisatie toeneemt dan is er een groeiende behoefte aan een gastvrije gemeenschap waarin iedereen aan elkaar gelijk is.</p>



<p>Jezus zelf begon zijn volgers als familie toe te spreken. Toen Jezus eens met mensen samen was, kwam zijn familie langs (Marcus 3:21,31-35). Zij dachten dat hij zijn verstand had verloren en wilden hem mee naar huis nemen. Maar Jezus negeerde hen en zei tegen de mensen rondom hem: “Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.” De gemeentes in het Nieuwe Testament namen dit voorbeeld over en gingen de medegelovigen als broers en zussen toespreken (o.a. Romeinen 1:13; 1 Korintiërs 1:10; Galaten 1:11). Paulus noemt de leden van de gemeentes die hij gesticht heeft zelfs zijn kinderen (o.a. 2 Korintiërs 6:13; 1 Thessalonicenzen 2:11). Ook Handelingen beschrijft de gemeente in Jeruzalem als een hechte familie, die eendrachtig samenleefde en alles met elkaar deelde, zodat niemand gebrek leidde (Handelingen 4:32-35).</p>



<p>Het beeld dat het Nieuwe Testament van de gemeente schetst, gaat verder dan warme en hechte relaties van de gelovigen. De gemeente is een gemeenschap die zich ervan bewust is dat zij anders is. Als je door geloof in Christus toetreedt tot de gemeenschap dan stap je een andere “wereld” binnen waarin het er anders toegaat dan je in de samenleving gewend was. De nadruk op het familie-zijn van de gemeente is een nadruk op het anders zijn. Wat Paulus schrijft over de doop onderstreept dit. Doordat de mensen Christus hebben leren kennen en zich hebben laten dopen, zijn ze toegevoegd aan een groep die anders leeft, vanuit andere normen en waarden. Toetreden tot de gemeente is misschien het beste te vergelijken met verhuizen naar een ander land met een andere cultuur. Het gaat er in de gemeente anders aan toe dan in de samenleving.</p>



<p>Wat was er in de tijd van het Nieuwe Testament zo fundamenteel anders in de gemeente? Er was een gelijkwaardigheid tussen de gelovigen die in die tijd uniek was. Paulus en Barnabas hebben zich hard gemaakt voor de gelijkheid tussen de Joodse en heidense gelovigen (Handelingen 15; Galaten 2; Efeziërs 2). Eveneens streed Paulus voor de gelijkwaardigheid tussen mensen die in de Grieks-Romeinse samenleving meestal tegenover elkaar stonden zoals slaven en meesters of de Romeinse burgers en de mensen uit andere volken (zie Galaten 3:28; Kolossenzen 3:11).</p>



<p>In zijn brief aan de Korintiërs spreekt Paulus zijn afkeuring uit over de wijze waarop de maaltijd van de Heer (een combinatie van een echte maaltijd en het avondmaal zoals wij dat nu kennen) gevierd werd. Doordat een groep van de gemeente (waarschijnlijk de aanzienlijken en voornaamste leden) eerder at of het meeste voedsel kreeg, werd het maatschappelijke verschil tussen arm en rijk in de gemeente niet opgeheven, terwijl het daar in de viering van het avondmaal juist wel om gaat. Paulus was hier heel duidelijk over: “Veracht u de gemeente van God en wilt u de armen onder u vernederen? Wat moet ik hierover zeggen? Moet ik u soms prijzen? Dat doe ik in geen geval” (1 Korintiërs 11:22). Dit verachten van de gelijkwaardigheid onder de leden van de gemeente is wat hij verderop in vers 27 benoemt als het “op onwaardige wijze” eten van het brood en het drinken uit de beker. Waar de viering van het avondmaal juist alle maatschappelijke verschillen moet laten verdwijnen werden die in Korinte juist geaccentueerd. Paulus beticht de gemeente van partijvorming (vers 19).</p>



<p>Het moet voor bijvoorbeeld de gegoede burgers die slaven in dienst hadden een behoorlijke stap zijn geweest om tegen degenen die zij steeds commandeerden “broer” te zeggen, net zo moeilijk als Joden het hadden om heidenen, die zij voorheen steeds vermeden, in de gemeente als broer of zus aan te spreken. Deel uitmaken van de gemeente betekende dan ook een “re-socialisatie”; het aanleren van andere onderlinge omgangsvormen. In de gemeente ging je anders met elkaar om dan je in de samenleving geleerd had. Dat dit niet makkelijk was, blijkt wel uit de gedragsregels die in de brieven van Paulus zo’n prominente plaats innemen. Ook Jezus legde de nadruk op het anders zijn van zijn volgelingen. Denk maar aan zijn bekende rede in Matteüs 5 waarin steeds de tegenstelling terugkeert: “Jullie hebben gehoord… maar ik zeg jullie…”</p>



<p>In onze samenleving en in andere landen zien we een toenemende polarisatie van groepen die tegenover elkaar staan en steeds minder in staat zijn om naar elkaar te luisteren, laat staan om samen te werken. Steeds vaker en feller uiten mensen hun ongenoegen dat er niet naar hen wordt geluisterd. Ook (institutioneel) racisme en allerlei vormen van discriminatie blijken een hardnekkig &nbsp;probleem te zijn. Veel mensen maken in allerlei situaties mee dat zij als “minder” of “verdacht” behandeld en gezien worden. De kerk kan zich tegen deze praktijken uitspreken, maar nog belangrijker is dat zij in haar eigen gemeenschap iets anders laat zien. Er is groeiende behoefte aan een kerk die als familie opereert waarin iedereen aan elkaar gelijk is, gezien wordt en als gelijkwaardig wordt behandeld. Een kerk waarin de muren die in de samenleving groepen mensen van elkaar scheiden worden afgebroken, omdat Christus de muur van vijandschap (Efeziërs 2:14) heeft afgebroken. Dit vraagt dat de kerken zich heroriënteren op de waarden en normen van het Koninkrijk van God die steeds meer haaks komen te staan op wat gangbaar is in de samenleving. Dit betekent ook dat we ons uitspreken tegen praktijken in onze eigen gemeentes die dat familie-gevoel van gelijkwaardigheid ondermijnen.</p>



<p>De kerk zal in deze tijd opnieuw moeten ontdekken wat het betekent om een familie te zijn waarin iedereen die in Jezus Christus gelooft erbij hoort en aan elkaar gelijk is. Een kerk waar geen meer of minder bestaat, geen hoger of lager. Een gemeenschap waarin alle maatschappelijke verschillen weg vallen, omdat Christus ons één heeft gemaakt.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">88</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 3: Altijd streven naar herstel van relaties</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/02/06/deel-3-altijd-streven-naar-herstel-van-relaties/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 06 Feb 2021 18:06:13 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=86</guid>

					<description><![CDATA[De kerk heeft helaas geen al te beste reputatie. Buitenkerkelijken associëren de kerk met machtsmisbruik en vinden veel kerkmensen schijnheilig. De vele kerkscheuringen uit het verleden en de mensen nu die teleurgesteld raken in de kerk helpen niet om dit beeld te ontkrachten. Het valt niet mee om kerk te zijn met een boodschap die&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>De kerk heeft helaas geen al te beste reputatie. Buitenkerkelijken associëren de kerk met machtsmisbruik en vinden veel kerkmensen schijnheilig. De vele kerkscheuringen uit het verleden en de mensen nu die teleurgesteld raken in de kerk helpen niet om dit beeld te ontkrachten. Het valt niet mee om kerk te zijn met een boodschap die hoge verwachtingen van onszelf en anderen oproept. We willen het zo graag goed doen en wensen zo zeer dat in onze gemeente de liefde van Christus gevoeld wordt, dat we het moeilijk vinden te erkennen als wij in gebreke blijven, persoonlijk of als gemeente.</p>



<p>Deze houding is vanuit menselijk perspectief begrijpelijk, maar het Nieuwe Testament leert ons iets anders. In 1 Johannes 1:8-10 worden wij juist opgeroepen om steeds kritisch in de spiegel te kijken en te erkennen als iets niet goed is, zodat we onszelf en elkaar niet misleiden. Bovendien, als we onze zonden belijden dan zal God ons vergeven en ons reinigen van alle kwaad. Het Nieuwe Testament geeft dan ook geen opgepoetst beeld van de discipelen. In de evangeliën wordt eerlijk verteld over het gebrekkige geloof van de discipelen (o.a. Marcus 8:17), hun onderlinge strijd (o.a. Lucas 22:24-27) en het tekortschieten in hun ondersteuning van Jezus (o.a. Matteüs 26:36-46). Heldenverering is niet aan het Nieuwe Testament besteed. Ook de gemeente in Jeruzalem was niet zo fantastisch als wij vaak denken (zie Handelingen 6:1; 11:2; 15:2), om maar niet te spreken over de verdeeldheid in andere gemeentes (zie Romeinen 14:13; 1 Korintiërs 1:10).</p>



<p>De vraag die mij niet loslaat, is waarom het voor de kerk van vandaag zo moeilijk is om fouten, gebreken, strijd of zonde in de eigen gemeenschap te erkennen en aan de orde te stellen. Ik kan verschillende antwoorden bedenken. Eén van de redenen is dat we niet goed weten hoe met elkaar om te gaan als er onenigheid is of als we met zonde in de eigen gemeente geconfronteerd worden. We willen niet de fouten maken die in het verleden gemaakt zijn en voelen ons verlegen met de situatie. Een frisse kijk op verschillende gedeeltes uit het Nieuwe Testament zou ons verder kunnen helpen.</p>



<p>In Matteüs 18 spreekt Jezus over de onderlinge omgang van zijn discipelen. Eerst spreekt hij over de keuze om nederig te zijn zoals een kind (18:1-5), dan over zelfdiscipline om de medegelovigen (de geringen) niet te ontmoedigen en ten val te brengen (18:6-9). Vervolgens – als er toch een voorval zich heeft voorgedaan – spreekt Jezus over het streven om degene die de band met de gemeente is kwijt geraakt te zoeken en terug te brengen (18:10-14). Uit dit alles blijkt de liefde voor de medegelovigen en de inzet om relaties te herstellen. Op het moment dat iemand is afgedwaald is die enkele persoon belangrijker dan de rest van de gemeente.</p>



<p>Daarna stipt Jezus een andere situatie aan. Wat te doen als iemand in de gemeente in jouw ogen verkeerd gehandeld heeft (18:15-20)? Je moet onder vier ogen met die persoon spreken. En als je er samen niet uitkomt dan moet je twee andere mensen erbij halen. Als dit ook niet tot een oplossing komt, moet je het voorleggen aan de gemeente. Wat in deze aanpak opvalt, is dat de oplossing komt in het gesprek <em>met</em> elkaar, een gesprek van hoor en wederhoor. Als het de twee strijdende personen niet lukt, dan moeten anderen erbij gehaald worden. Hoe anders is deze wijze van conflicten oplossen van het spreken <em>over</em> elkaar alsof men in gescheiden kampen verkeert, of het voorleggen van het probleem aan de leiders om een uitspraak. Het gaat hier om een relationele benadering die gericht is op het herstel van de relatie. En men is zelf betrokken in het zoeken naar een oplossing. Het probleem of de kwestie wordt niet bij een ander of een raad neergelegd. En zelfs als je er niet uitkomt dan moet de persoon die niet wil buigen als een heiden of tollenaar behandeld worden. Met andere woorden, dan kan je die persoon niet meer zien als mede-discipel, maar als iemand van buiten die liefde verschuldigd is. Stond Jezus niet bekend als vriend van tollenaars en zondaars (Matteüs 11:19) met het doel om hen op te nemen in de kring van discipelen?</p>



<p>In zijn brieven aan de gemeentes past Paulus deze strategie ook toe. Zie bijvoorbeeld zijn advies in 1 Korintiërs 7:9-13. In zijn brief aan de gemeente in Rome waar een conflict heerste over het eten van vlees dat aan de goden in de tempel was geofferd en twee groepen tegenover elkaar stonden, maant hij beide groepen om de relatie te onderhouden: “Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. Ook Christus zocht niet zijn eigen belang” (Romeinen 15:2-3). En in vers 7 zegt hij als conclusie: “Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.” Paulus ontkent niet dat er onenigheid is, hij kiest ook zelf partij, maar hij spoort de mensen aan om elkaar in het conflict niet los te laten, maar zich in te blijven <s>in</s>zetten voor de onderlinge relaties.</p>



<p>Hoe moeilijk dit is, weten we allemaal als we terugdenken aan conflicten waar we in verwikkeld waren of zijn. We hebben allemaal de neiging om ons los te maken van de ander, om gescheiden van elkaar te opereren. Dan ontstaan er kampen van gelijkgestemden en wordt er niet meer <em>met</em> maar <em>over</em> elkaar gesproken. En dan wordt het van kwaad alleen maar erger. Daarom wijst Paulus de gemeente in Korinte op de liefde in het bekende hoofdstuk 13. Dat hoofdstuk heeft Paulus niet geschreven om uit te preken bij huwelijksvoltrekkingen, maar als de leidraad voor gemeentes met conflicten.</p>



<p>Deze relationele benadering van het Nieuwe Testament betekent niet dat er geen besluiten genomen worden, of dat het kwaad of onrecht kan voortbestaan omwille van de relaties. Maar zoals we kunnen lezen in Matteüs 18 is het nemen van besluiten ten eerste een collectief proces van de gemeenschap en niet van een leidinggevend kader. Antwoord op de vraag wat te doen wordt duidelijk in de gemeenschap die samenkomt in de naam van Jezus. Ten tweede is het doel van het besluitvormingsproces altijd (de mogelijkheid van) het herstel van relaties.</p>



<p>Daarom zullen wij als gemeenschap altijd streven naar verzoening, omdat Christus de muur van vijandschap tussen mensen heeft afgebroken (Efeziërs 2:14). Onze boodschap is niet dat wij het altijd goed doen, wel dat wij het altijd weer goed willen en kunnen maken door Jezus Christus.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">86</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 2: Samen Gods liefde zichtbaar maken</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/01/23/deel-2-samen-gods-liefde-zichtbaar-maken/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 23 Jan 2021 18:04:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=84</guid>

					<description><![CDATA[Jezus vertelde eens een verhaal van iemand die voor een heel groot bedrag bij een geldverstrekker in het krijt stond (Matteüs 18:21-35). Toen dit bedrag van hem gevorderd werd, smeekte hij om meer tijd om het geleende geld terug te kunnen betalen. De man kreeg meer dan hij vroeg; het hele bedrag werd hem kwijtgescholden.&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Jezus vertelde eens een verhaal van iemand die voor een heel groot bedrag bij een geldverstrekker in het krijt stond (Matteüs 18:21-35). Toen dit bedrag van hem gevorderd werd, smeekte hij om meer tijd om het geleende geld terug te kunnen betalen. De man kreeg meer dan hij vroeg; het hele bedrag werd hem kwijtgescholden. Echter, deze blijk van medelijden zette hem er niet toe aan om ook zelf vol medelijden met anderen om te gaan. Toen hij iemand tegenkwam die hem een heel klein bedrag verschuldigd was, eiste hij dat die man hem dat direct zou terug betalen. Toen omstanders dit voorval aan de geldverstrekker vertelden, liet hij de man bij hem komen en vroeg waarom hij de blijk van medelijden die hij had ontvangen ook niet had getoond aan zijn medemens.&nbsp;</p>



<p>Jezus vertelde dit verhaal in antwoord op de vraag van Petrus hoe vaak iemand mensen moeten vergeven. Petrus vroeg om een limiet, is zevenmaal genoeg? Maar Jezus dacht niet in getallen. Met zijn antwoord over zeventig maal zeven keer wijst Jezus op het overvloedig vergeven; het is een levenshouding die voortkomt uit de dankbare verwondering over de vergeving iemand van God heeft ontvangen. Vergeving ontvangen doet iets met je. De liefde en genade die iemand van God ontvangt, verandert de persoon zodanig dat deze op gelijke wijze met andere mensen omgaat. Gods geschenk van liefde en genade maakt iemand tot een liefdevol en genadig persoon.</p>



<p>In het missie-statement van de Kerk van de Nazarener, <em>to make Christlike disciples in the nations</em>, proeven we dezelfde boodschap als in het verhaal van Jezus. Het gaat om discipelen die in hun doen en laten op Jezus lijken. Een discipel is een leerling die het voorbeeld van zijn meester nabootst. Jezus’ gehoorzaamheid aan en vertrouwen in God, zijn liefdevolle wijze van omgaan met mensen, en zijn oog voor menselijk lijden en ongerechtigheid behoren ook ons leven te kenmerken. Vaak spreken we over dit nabootsen als een verplichting; wij <em>moeten</em> discipelen zijn die op Jezus lijken. We weten allemaal dat we verkrampen als we het hebben over <em>moeten</em>. Het verhaal van Jezus leert ons dat we pas echt de liefde en genade van God aan anderen kunnen geven als we eerst zelf overweldigd en verwonderd zijn door Gods liefde voor ons. Of zoals het in 1 Johannes 4:19 staat: “Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.”</p>



<p>Om de kramp van het <em>moeten </em>te voorkomen kan het helpen om te spreken over<em> doorgeven</em>: Wij ontvangen Gods liefde en genade en geven die door aan anderen. Het is dan duidelijk dat de bron niet in onszelf ligt, maar dat ons iets is overkomen dat wij niet voor onszelf kunnen houden. En even belangrijk voor het doorgeven is dat er een ontvangende partij is. Want als wij niet delen met anderen, dan verliezen wij wat we ontvangen hebben. Dit zegt Jezus heel nadrukkelijk in Matteüs 6:14-15: Als wij anderen niet vergeven, dan zal God ons ook niet vergeven. Vergeving, liefde en genade zijn geschenken die alleen maar werken als wij die delen met anderen. De bekende woorden van John Wesley, <em>there is no holiness than social holiness</em>, drukken dit ook uit. Het geheiligde leven kan alleen maar vorm krijgen als christenen Gods genade en liefde zichtbaar maken in de relaties met andere mensen. Om liefdevol en genadig te zijn heb je andere mensen nodig.</p>



<p>De kerk is de groep mensen die met elkaar Gods liefde en genade doorgeven en zichtbaar maken. Paulus noemt in zijn brieven de gemeente het lichaam van Christus (o.a. 1 Korintiërs. 12:27; Efeziërs 4:12; Kolossenzen 1:24). Zoals onze fysieke of lichamelijke aanwezigheid ervoor zorgt dat we gezien worden, zo maakt de gemeente Jezus zichtbaar in de wereld. Zoals Jezus naar de aarde is gekomen om de onzichtbare God zichtbaar te maken in een mensenleven, zo maakt de kerk Gods liefde, vergeving en genade zichtbaar in de onderlinge relaties. Een organisatie kan dit niet bewerken, een gemeenschap van mensen wel. Door de wijze waarop de mensen met elkaar omgaan, bouwen zij aan een liefdevol klimaat waarin eenzelfde warmte en acceptatie worden ervaren die Jezus uitstraalde.</p>



<p>Jezus gaf zijn discipelen een hele specifieke opdracht: Heb <em>elkaar</em> lief (Johannes 15:17). Dit zei hij tegen zijn discipelen die regelmatig onderlinge conflicten uitvochten. Zij kregen de opdracht om het onderling goed te hebben, om zorg te dragen voor elkaar. Voor ons is het een oproep om te investeren in de relaties met de anderen in de gemeente. Soms denken mensen dat deze aandacht voor de eigen gemeenschap misplaatst is. Moet de gemeente niet naar buiten treden en minder intern gericht zijn? Jezus wijst een andere weg: Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn (Johannes 13:35). Door de liefde voor elkaar valt de gemeente juist op in de wereld, net zoals er van de gemeente in Jeruzalem werd gezegd dat ze in de gunst stond van het hele volk (Handelingen 2:47). Liefde voor elkaar is essentieel voor de missie van de kerk in de wereld.</p>



<p>Wanneer de heilige Geest net zoals in Handelingen 2 de gemeente beademt, dan ontvangt zij de liefde van Christus die in de onderlinge gemeenschap zichtbaar wordt. Wanneer Gods liefde in ons hart wordt uitgegoten door de heilige Geest (Romeinen 5:5), dan gaan er in de gemeenschap dezelfde wonderen gebeuren die wij lezen in de evangeliën. Dan voelen mensen zich net als Zacheüs (Lukas 19) gezien en gaan hun leven veranderen. Dan ervaren mensen die door anderen worden aangeklaagd geen veroordeling zoals de vrouw die op overspel werd betrapt (Johannes 8). &nbsp;Dan horen mensen die indringende oproep van Jezus, “Kom, volg mij” (Marcus 1). Dan is het veilig voor kinderen en geringen (Markus 9:36-37,42). Dan wordt er een feestmaal aangericht voor de zondaren en tollenaars (Marcus 2:16). Dan worden de beste stuurlui aan wal toegesproken zoals de Farizeeën (Matteüs 23). Dan worden mensen genezen van problemen waar ze jaren mee hebben rondgelopen, zoals de bloedvloeiende vrouw (Marcus 5:25-34). Dan is er een klimaat waarin het veilig is om jezelf te zijn, om je kwetsbaar op te stellen en fouten en tekortkomingen te erkennen, omdat je weet dat er liefde en genade is. Dan valt zo’n gemeenschap op in de samenleving. Dan willen mensen hier meer van te weten komen. Dan zijn we lichaam van Christus in de wereld.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">84</post-id>	</item>
		<item>
		<title>Deel 1: Geraakt en veranderd door Gods genade en liefde</title>
		<link>https://kvdnbeweegt.nl/2021/01/09/5-wij-voelen-ons-verbonden-met-anderen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Antonie Holleman]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 09 Jan 2021 11:12:55 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Worden wie we zijn]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://kvdnbeweegt.nl/?p=14</guid>

					<description><![CDATA[Wij zijn een gemeenschap die geraakt is door Gods genade en liefde zoals Jezus die heeft laten zien. Die liefde heeft ons leven veranderd en verandert ons nog steeds. Wij bidden voortdurend voor dit wonder en kunnen er over blijven zingen. De kerk is een gemeenschap van gelovigen. Vaak leggen we met deze omschrijving de&#8230;]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><strong>Wij zijn een gemeenschap die geraakt is door Gods genade en liefde zoals Jezus die heeft laten zien. Die liefde heeft ons leven veranderd en verandert ons nog steeds. Wij bidden voortdurend voor dit wonder en kunnen er over blijven zingen.</strong></p>



<p>De kerk is een gemeenschap van gelovigen. Vaak leggen we met deze omschrijving de nadruk op de onderlinge gemeenschap om aan te geven dat de kerk geen gebouw, geen instituut of organisatie is. Echter, het meest wezenlijke van de kerk is niet de gemeenschap, maar het geloof. De kerk is niet zomaar een groep mensen, het gaat om mensen die geloven. Daarom is het startpunt in de verkenning van de kerk het werkwoord <em>geloven</em>.</p>



<p>Wat bedoelen we als we zeggen dat iemand gelooft? In eerste instantie denken we meestal aan de inhoud, dat wat iemand gelooft. Wij geloven in God, wij geloven dat Jezus de Zoon van God is en wij geloven dat de Bijbel het geopenbaarde Woord van God is. Als gelovigen nemen we een aantal uitspraken voor waar aan die elke kerk heeft verwoord in een geloofsbelijdenis of geloofsartikelen. Op deze wijze kunnen we kerken en de leden van die kerken van elkaar onderscheiden.</p>



<p>Maar hiermee zijn we er nog niet. We moeten verder vragen. Hoe komt iemand ertoe om te gaan geloven? Wat brengt iemand ertoe om te zeggen: Ja, God bestaat en ik geloof dat Jezus Christus de verlosser van de wereld is? Waarom neemt het ene gezinslid het geloof van haar of zijn ouders wel aan en het andere niet? Met deze vragen komen we tot het geheim van geloven, een geheim dat we niet goed kunnen verklaren. Wat we kunnen zeggen is dat bepaalde ervaringen of een groeiend besef iemand ertoe brengen om in God te gaan geloven. Hoe dit gebeurt is voor iedereen weer anders en iedere gelovige kan zijn stap naar geloven alleen maar uitleggen door zijn of haar verhaal te vertellen: Zo ben ik tot geloof gekomen! Dit is er met mij gebeurd!</p>



<p>In het verhaal dat iemand vertelt, begint het meestal met geraakt worden. Geraakt worden door een knagend gevoel dat er toch meer moet zijn tussen hemel en aarde, geraakt worden door een besef van Gods aanwezigheid, geraakt worden door het voorbeeld of verhaal van een andere gelovige. Na het geraakt zijn volgt het zoeken en verkennen. De ervaring van geraakt zijn wordt niet terzijde geschoven om weer gewoon verder te gaan met leven. Bij de één is dit zoeken een kort proces, bij de ander een lange weg vol vragen en twijfel. Uiteindelijk is er de laatste stap waarin iemand conclusies trekt en positie inneemt en zegt: Ja, ik geloof. Of dat iemand die zijn leven lang van alles over geloven heeft gehoord zich dat geloof eigen maakt: Ja, nu is het ook <em>mijn</em> geloof.</p>



<p>John Wesley gebruikte het beeld van wakker worden, <em>awakening</em>, om deze weg naar geloven te omschrijven. Hij noemde het eerste besef dat iemand heeft van het bestaan van God al geloof, <em>awakening faith</em>, ontwakend geloof dat nog verder moet groeien naar een vol geloof. Wesley zag geloven als een ontwikkeling die begint met het zich toegesproken voelen of geraakt weten door God en die eindigt in een bepaalde manier van leven met een vaste overtuiging. Belangrijk te onderstrepen is dat God degene is die mensen wakker schudt. God zoekt de mensen, maakt zich aan hen bekend. Het zoeken van de mens is altijd in reactie op wat God gedaan heeft en doet.</p>



<p>De kerk wordt gevormd door mensen die zich allemaal op deze weg van geloven bevinden, een gemeenschap van gelovigen die onderweg zijn. De ene gelovige is net aan het ontdekken wie Jezus is, de ander is aan het leren om als navolger van Jezus een naaste te vergeven, en weer een ander is aan het leren om God ook te vertrouwen in ziekte of verlies van een geliefde. Wat deze gelovigen precies geloven of nog niet kunnen geloven zal verschillend zijn, afhankelijk van de weg die zij gaan. Wat zij gemeenschappelijk hebben, is dat ze kunnen vertellen hoe ze door God zijn geraakt of toegesproken. Daarom omschrijven wij de kerk als <em>een gemeenschap die geraakt is door Gods genade en liefde zoals Jezus die heeft laten zien. Die liefde heeft ons leven veranderd en verandert ons nog steeds.</em></p>



<p>In deze omschrijvingen zijn een drietal overtuigingen verwerkt die voor ons heel belangrijk zijn. Ten eerste is het onze overtuiging dat Jezus Christus is gekomen om door zijn woorden, daden en levensweg God kenbaar te maken. Er is voor ons geen betere manier om te leren wie God is. Onze tweede overtuiging is dat God vol liefde is. We verbinden deze liefde met Gods genade om onze verwondering uit te drukken beseffende dat wij niet zo goed zijn als we ons voordoen en die liefde van God niet verdiend hebben. Ware liefde, zei Jezus, is als iemand zijn leven geeft voor het welzijn van een ander. En dat heeft Jezus gedaan. Zo is God.</p>



<p>De derde overtuiging gaat over wat er gebeurt als wij op God reageren en ons met Hem inlaten. De liefde en genade van God veranderen ons in mensen die ook zelf groeien in liefde voor mensen en alles van Gods schepping, en zelf ook genadig met anderen omgaan. Wij geven liefde, omdat we eerst die liefde van God zelf hebben ontvangen. Dit wonder van verandering noemen wij heiliging; we worden heilig en gaan steeds meer het voorbeeld van Jezus navolgen. Deze verandering bewerken wij niet zelf, maar wordt door God in gang gezet, wel met onze medewerking. En deze verandering is een voortgaande ontwikkeling. Zolang we leven, blijft God in ons werkzaam en blijven wij groeien in genade en liefde.</p>



<p>Om deze groei te stimuleren moeten wij in ons samenzijn de verwondering levend houden over het overweldigende van Gods liefde en genade. Belangrijk is dat we de persoonlijke verhalen over onze &nbsp;weg met God met anderen delen in de gemeente en dat wij in ons samenkomen zingen over de <em>Amazing Grace</em> van God die ons zocht en vond, en de <em>Love divine all loves excelling</em>, Goddelijke liefde die alle andere liefdes te boven gaat, zoals een bekend lied van Charles Wesley het verwoordt.</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
		
		
		<post-id xmlns="com-wordpress:feed-additions:1">14</post-id>	</item>
	</channel>
</rss>
